Ik heb al zeventien dagen niet meer geslapen.
Alsook is beginnen schrijven niet altijd zo evident. Meestal is het eenduidig NIET evident, zou ik zelfs durven zeggen. Zeker wanneer Word ingesteld blijkt te staan op een hoer van een autocorrectie die mij dankzij haar vele sierlijke, bloedrode onderlijningen doet inzien dat één van ons tweeën duidelijk problemen heeft met de Nederlandse taal.
Waar was…Oh ja. Juist. Recensie.
Anderzijds staat het overduidelijke mentale-thee-in-wording-statuut van deze tekst mij nú al niet meer toe om hem, afgaande op het begin ervan, door te geven aan de eindredactie van Schamper. Tot zover mijn recensie van Murakami’s Slaap. Goeienavond, blog. Frappant dat ik tegenwoordig in elke post iets begroet. En doorgaans enkel ‘s avonds schrijf.
De subtielerwijze groter wordende druk van mijn deadline (niet gevreesd – ik heb nog een welgetelde 40 uur? 37 uur? 36 uur? 41 uur? 30 uur? nog wel even) is op een bizarre manier beginnen interfereren met mijn occasionele weltschmerz (belachelijke hoeveelheden aan werk en pure depressie achter mijn raam eisen hun tol) en is geresulteerd in een soort tussenfase. Er verder over nadenken doet me concluderen dat het ene het andere opheft en er bijgevolg een onopgevulde leegte overblijft. Which makes no sense either. Misschien moet ik dan maar cupcakes maken morgen.
Dreadline. Neologisme van de dag.

