concentratiestoornissen #2

Ik heb al zeventien dagen niet meer geslapen.

Alsook is beginnen schrijven niet altijd zo evident. Meestal is het eenduidig NIET evident, zou ik zelfs durven zeggen. Zeker wanneer Word ingesteld blijkt te staan op een hoer van een autocorrectie die mij dankzij haar vele sierlijke, bloedrode onderlijningen doet inzien dat één van ons tweeën duidelijk problemen heeft met de Nederlandse taal.

Waar was…Oh ja. Juist. Recensie.

Anderzijds staat het overduidelijke mentale-thee-in-wording-statuut van deze tekst mij nú al niet meer toe om hem, afgaande op het begin ervan, door te geven aan de eindredactie van Schamper. Tot zover mijn recensie van Murakami’s Slaap. Goeienavond, blog. Frappant dat ik tegenwoordig in elke post iets begroet.  En doorgaans enkel ‘s avonds schrijf.

De subtielerwijze groter wordende druk van mijn deadline (niet gevreesd – ik heb nog een welgetelde  40 uur? 37 uur? 36 uur? 41 uur? 30 uur?  nog wel even) is op een bizarre manier beginnen interfereren met mijn occasionele weltschmerz (belachelijke hoeveelheden aan werk en pure depressie achter mijn raam eisen hun tol) en is geresulteerd in een soort tussenfase.  Er verder over nadenken doet me concluderen dat het ene het andere opheft en er bijgevolg een onopgevulde leegte overblijft. Which makes no sense either. Misschien moet ik dan maar cupcakes maken morgen.

Dreadline. Neologisme van de dag.

over hoe nutteloos zijn honger verwekt

Herfstig uitzicht op daken (met daarop rokende schoorstenen en werkmannen), een verwarming die ‘k vandaag eindelijk aan de praat heb gekregen, kerstlampjes die totaal uit den boze maar oh zo gezellig zijn en een kopje koffie om wakker te blijven ter inspiratie. Good evening, Ghent.

Inmiddels zit ik al een week of vijf, zes, zeven – ik ben de tel kwijtgeraakt – op kot in het heerlijke Gent en ik betrapte mezelf net op het feit dat ik hier nog geen enkele keer heb geschreven. Putain. Nu ik er bij stilsta is het werkelijk een uitdaging om one-on-one time te regelen met Teksteditor (Word, I need you!) of mijn Moleskine, daar de lijst dingen die me tegenwoordig bezighouden eindeloos lijkt te zijn, gaande van pasta pesto maken over lessen bijwonen tot voor hangjeugd spelen aan de Graslei. Hoe langer ik hier echter vertoef, hoe meer ik de paradoxale vaardigheid lijk te verwerven om in dat totale tijdsgebrek tóch nog tijd vrij te maken voor een berg al dan niet nuttige handelingen. Bij nader inzien ben ik zelfs in staat om te combineren – bij wijze van ook mijn luisteroefening voor muziekgeschiedenis niet buiten beschouwing te laten, word ik vergezeld door Monteverdi’s Vespro della Beata Vergine.

En dit allemaal om dan een tiental verzen later te beseffen dat ik met het bovenstaande hoopje tekst niets – maar dan ook werkelijk niets – vermeldenswaardigs de wereld heb ingestuurd. Moet kunnen. Ik ga pasta pesto maken.

slapeloosheid

. 

Schilderkunst is stomme poëzie – poëzie sprekende schilderkunst. 

- Plutarchus

Of wat mijn prof beeldende kunst mij onlangs wist te melden en ik in een vingerknip overnam.

Berlijnse nostalgie

Discutabel Engels - acceptabele waarheid.

BOOM SHAK!

Daar ik tot de ontdekking ben gekomen dat a) de tag muziek een relatief gigantische plaats inneemt in m’n tagwolk en b) ik – paradoxaal genoeg – al vijfhonderd jaar niets meer heb gepost over muziek, heb ik besloten daar toch maar eens verandering in te brengen. Immers: waar blijft die logica???

Tegenwoordig (lees: het voorbije half jaar) heb ik een heerlijke verslaving gekweekt aan de Australische Cat Empire. Een regelrechte verslaving dan: een dag zonder hun genialiteit is voor mijn part maar half zo geslaagd, mijn stemming zonder hun klanken is verreweg grumpier dan anders.

Nu heeft ook deze addictie jammer genoeg haar mindere kantjes. Het probleem bestaat er in dat de Belgische connectie met Australische muziek kennelijk niet zo denderend is en ik er met andere woorden maar niet in slaag albums van The Cat Empire vast te krijgen. Wat is daar nu problematisch aan, jij vreemd, schrijvend meisje – denk je bij jezelf – als er zoiets wonderlijks bestaat als het internet? Wel, mijn allerliefste (én hypothetische) lezer, het problematische aan dat gegeven is het feit dat ik geen genoegen schep met louter het downloaden van albums: ik wil hoesjes voelen, de geur van bijzittende boekjes ruiken, levensechte CD’s in mijn stereo steken, artiesten steunen. Ik ben één van die bijna uitgestorven albumkopers. Het gebrek aan werken van de Australiërs in Belgische platenwinkels zorgt bij mij dus voor een kleine irritatie.

En anderzijds ben ik dan weer wél dankbaar dat Nederland ons buurland is, Amsterdam in Nederland ligt, de Paradiso op zijn beurt in Amsterdam is gesitueerd en The Cat Empire begin november naar daar afzakt.

Net als ik, welteverstaan.

WANTED: Microsoft Office

De voorbije dagen heb ik al talrijke pogingen ondernomen om iets te schrijven. Telkens echter wanneer ik me met een kop vol groene thee (en goede moed) achter m’n nieuwe laptop zet, mijn teksteditor (die overigens echt Teksteditor heet) open en naar het verblindend witte scherm begin te staren, besef ik dat er iets fundamenteels niet klopt. Dat er subtiel doch duidelijk een barrière  gevormd wordt tussen mijn potentiële tekst en mij. In plaats van energiek en geïnspireerd beginnen te typen, begin ik m’n hoofd dan te breken over wat me nu juist verhindert te schrijven. Inmiddels is zowel mijn thee als mijn enthousiasme aanzienlijk afgekoeld en besluit ik dat ik heel het schrijfgebeuren misschien best naar een ander moment kan verplaatsen. Maar ook dat moment blijkt bij nader inzien niet zo ideaal te zijn en zorgt op die manier voor een steeds escalerende procrastinatie.

En na al die zelfanalyse schoot me onlangs te binnen wat me nu eigenlijk juist dwarszit: neurotisch als ik ben, heb ik er klaarblijkelijk verschrikkelijk veel moeite mee om me over het feit te zetten dat ik mijn trouwe schrijfcompagnon, Word, nog niet geïnstalleerd heb op deze laptop. Die ietwat gênante conclusie deed een volgende conclusie rijzen: in afwachting van een Microsoft Office pakket kan ik op z’n minst mijn neurose al proberen te overwinnen door erover te schrijven op deze charmante Teksteditor. Et voilà. Hier zit ik dan met – wederom – een reeds koude kop groene thee, het gevoel van een volbrachte taak en een diep verlangen naar Word.

Microsoft Office, waer bestu bleven?

1, 2, 3, fail ofwel: ik werk

Mijn hoe langer hoe meer wanhopige zoektocht naar een vakantiejob (We zullen ze-ker iets laten weten)  heeft recentelijk geresulteerd in een plezierig droomjobje als kuisvrouw bij Hubo.  

Gelukkig  en vol goede moed als ik was –ik was er tenslotte in geslaagd een geldbron te vinden voor mijn potentiële macbook! – kwam ik op mijn eerste werkdag lekker een kwartier te vroeg opdagen (want wie weet, misschien zorgen zulke kleine opofferingen ervoor dat ik de geschiedenis inga als eerste jobstudent die wegens buitengewone ijver opslag krijgt in slechts tien dagen tijd. Wie weet).

Uiteindelijk heb ik dat kwartier gespendeerd aan wachten tot iemand de deur komt opendoen – mijn pertinent geklop bleek dan toch niet zo pertinent te zijn. Wanneer men er na verloop van tijd toe was gekomen om me binnen te laten, bleek ik het object te zijn van een algehele verbijstering. Woa is die ouw? Die zat hie toch nog ma een wejek?  Een paar wantrouwige blikken later werd ik voorgesteld aan mijn trolley vol plezier vijfhonderd soorten kuisbenodigheden, kon ik aan de slag gaan en had ik het reeds gehad met Hubo.

Hoewel het er momenteel niet naar uitziet dat mijn loon zou verhogen, heb ik er inmiddels een nieuwe bevoegdheid bij: naast allerlei intrigerende zaken (hopen dode vliegen, isolatiemateriaal, stukjes breekmes etc) bijeenkeren mag ik nu ook koffietassen en vreemde spaghettiborden (waar ik de oorsprong maar niet van kan ontcijferen) afwassen.

Daarnaast wordt mijn gehoor gestreeld door het alom klinkende kempische accent en het Herentalse Club FM. En ik maar denken dat Q-music rock bottom was… Silly me.

mijn zomerse nagels

Ik ben er uiteindelijk dan tóch in geslaagd om het hoofd te bieden aan de angst voor een mogelijk beschuldigende blik van mijn blog. Hij zou er nu overigens echt wel het recht op hebben, ik heb hem tenslotte … (tijdspanne naar believen in te vullen) lang links laten liggen.

Een tijd geleden ben ik een subtiel verlangen beginnen koesteren om mijn hersenspinsels opnieuw vrolijk te laten meanderen door het internetlandschap dat, zo blijkt, een steeds hevigere liefde lijkt te voelen voor inhoudloze beautyblogs. Ongemeen fascinerende posts over ongemeen fascinerende levenskwesties als de kleur van iemands ongemeen fascinerende nagels drijven me stilaan aan om mezelf bijeen te pakken, onderwerpen te zoeken en ’t bloggen te hernemen.  Nu rest me alleen nog vol te houden in die beslissing. Spannend.  Zeer.

En zo beschuldigend keek mijn blog nu ook weer niet.

bevindingen

Doorheen mijn achttienjarige bestaan ben ik stilaan tot het besef gekomen dat ik iemand ben die al dan niet bewust ongemeen veel tijd neemt om te reflecteren over de meest triviale dingen. Dagelijkse gebeurtenissen slagen erin mijn overpeinzingen pertinent naar zich toe te trekken en mijn hersenspinsels betreffen dan ook vaak zaken waar een gemiddelde wereldburger in de meeste gevallen waarschijnlijk gewoon naast zou kijken. Ik hou ervan om vanzelfsprekendheden in vraag te stellen en absurde kronkels op te sporen in doordeweekse routine.

Gevolg hiervan? Ik maak, zowel op algemeen als persoonlijk vlak, merkwaardige ontdekkingen.

Een van mijn recentere vondsten is de verborgen autist die ik in mijzelf heb vastgesteld. Klaarblijkelijk bezit ik op het zogenaamde microscopische vlak een reeks hardnekkige gewoonten die zelfs ik niet kan verklaren.

Zo raak ik helemaal van streek wanneer tijdens het nemen van nota’s mijn pen het plots begeeft, ik genoodzaakt ben om verder te gaan met een andere en deze natuurlijk nét een tintje van kleur blijkt te verschillen met de eerste. Een dergelijke paniek overvalt me wanneer mijn gelijnd cursuspapier op raakt en –the horror– mijn nabije omgeving enkel ruitjestroep blijkt te hebben.  Zo’n incidenten zijn in staat mij tot het uiterste te drijven, met andere woorden alles achteraf zorgvuldig over te schrijven in de juiste kleur op het juiste papier.

Overigens ben ik gewoon met blauw te schrijven: mijn cursussen, nota’s en agenda zijn zo blauw dat ’t haast niet blauwer kan. Wanneer ik echter schrijf (en geen Microsoft Office in de buurt heb of me simpelweg nog eens wil laten betoveren door de charmes van pen en papier), doe ik dit enkel en alleen in ‘t zwart. Geen zwarte pen equals gebrekkige creativiteit.

Over naar voedsel.  Appelsienen? Graag, maar enkel in schijfjes. Zogenaamde ‘partjes’ kunnen voor mijn part (merk de schitterende woordspeling op) direct bij het compost (of in een blender).

Dan is er natuurlijk ook nog het feit dat ik al van in het begin der tijden geconfronteerd word met de vraag waarom ik per se iets op mijn bord moet laten liggen. Aucune idée, mijn beste potentiële lezer, aucune idée. Beamen kan ik, verklaren niet.

Voor de rest vind ik plezier in het ontknopen van allerlei elektrische draden en voel ik een onbeschrijfbare voldoening wanneer ik hierin slaag en ten slotte ga ik hevig tekeer tegen ignorante mensen die cd’s, mijn grote liefde,  laten rondslingeren en niet terug in hun hoes steken.

Ofwel ben ik het slachtoffer van ordefetish, aan u de keuze.

honderd dagen ofwel chaos en zeemanbomen

Hoe minder dagen mij scheiden van het concept ‘honderd dagen’, hoe meer abstractie, absurdisme en chaos ik stilaan begin op te merken in dat verband. Nu zit het overigens wel zo dat ik een instinctieve voorliefde bezit voor die drie (of: al zéker voor de eerste twee). In plaats van mijn hoofd dus te breken over een massa bizare en enigszins irritante toestanden die gepaard gaan met het bovenvermelde concept, doet mijn merkwaardige neiging mij eerder genieten van al die eigenaardige commotie en zit ik geïnteresseerd te wachten op een verder verloop hiervan.

Wanneer mijn klas een dikke week geleden eindelijk overeengekomen was dat het ongetwijfeld het beste, origineelste en gewoon veruit graafste idee zou zijn om ons als bos te verkleden, begonnen er terstonds hopen ambitieuze verkleedsuggesties door de lucht te vliegen à la boswachter, paddestoel, lieveheersbeest, elf en dergelijke. Een paar dagen later, toen de vlaag van opwinding aanzienlijk was gezakt en mensen elkaar quasi nieuwsgierig begonnen te vragen naar hun uiteindelijke beslissing, luidde het alom klinkende antwoord ‘’boom’’. Wanneer nu, een dag of drie voor het gebeuren, dezelfde vraag wordt gesteld, wordt men in driekwart van de gevallen hopeloos aangestaard en geïnformeerd dat de persoon in kwestie ‘’waarschijnlijk als boom zal gaan, maar een van de dagen nog eens langs de Zeeman zal moeten passeren om iets te vinden’’. Zo heeft ook mijn groots plan om me als bacchante te verkleden moeten wijken voor de verleiding om het lekker lui en makkelijk aan te pakken en me ook in een boom te transformeren. Deels omwille van tijdsnood, deels wegens gebrek aan sensuele tijgervellen die ik rond me zou kunnen wikkelen en (groten)deels omdat het lieve lieve internet me wist te melden dat bacchanten in feite… naakt zijn. Ondertussen heeft vrijwel iedereen zich er bij neergelegd dat we Leuven zullen trotseren als een meute debiele zeemanbomen.

Maar niet gevreesd: de bekommernis om het verkleeddrama maakte al snel plaats voor een totale begeerte naar donderdagnacht, de nacht die we geheel zouden spenderen aan het doden van hersencellen in Leuven. Dit was het geval totdat iemand berichtte dat zowel de Lijn als de NMBS vrijdag een plezante staking zal ondernemen en het dus een vraagteken is of we tegen half negen ’s morgens terug in Herentals zullen geraken.

Voor mij niet gelaten. Onder het motto ‘’zolang het maar niet saai wordt’’ heb ik best wel zin in dat totale gebrek aan planning. En wie weet, misschien zal ik de tendens wel breken en toch in de huid van een bacchante kruipen?